Alfons Jozef de Ridder

schrijversnaam:
Willem Elsschot

 

Wat heeft
Willem Elsschot
met Blauberg
te maken?


De nonkel van hem, Filip Van Elst had een kruidenierszaak, in Blauberg, op de hoek van de Witputstraat.

Het huis had een pannendak en een hoekdeur. 
De wingerd aan de voorkant gaf uit op het zuiden. 

 



In zijn jeugd kwam Alfons de Ridder hier vaak op vakantie om te ontspannen.

 




Tijdens zijn vele wandelingen werd hij vooral aangetrokken door 'het Helschot'. Dit is een drassig natuurgebied tussen Blauberg en Veerle, op de zuidelijke grens van de Zuiderkempen.
Aan dat bosrijke terrein ontleende Alfons de Ridder zijn schrijversnaam (pseudoniem).

Er is  sinds enkele jaren  een Willem Elsschotpad uitgestippeld. In de begeleidende brochure vind je een routebeschrijving. Vertrek te Blauberg dorp. Afstand 6 km. Paarse bewegwijzering volgen.




Rond 1900 beheerste de kerk met haar jonge linden het hele dorpszicht. 
Rond de kerk was het kerkhof met daarrond een doornhaag (vroeger een vest, gracht). 
Voor de pastorij stond een gaslantaarn met daaronder hooioppers. De mensen uit de dorpskom sneden hier het gras voor hun konijnen. Rechts van de pastorij zie je de woning waar Willem Elsschot zijn zomervakanties doorbracht. 

In het boek 'De Verlossing'  is Pol van Domburg (in feite nonkel Filip Van Elst) een opstandige winkelier die zijn vrouw Desideria (Bernadina Willekens) slaat en oorlog voert met pastoor Kips. De pastoor wordt vermoord in Groenendal (Blauberg). 
In het tweede deel van het boek krijgt de vrome dochter van Pol en Desideria de hoofdrol: Anna Van Domburg (Maria-Jozefa Van Elst, zijn nicht).



In enkele boeken van Willem Elsschot komen twee figuren voor: Boorman een geslepen aftroggelaar en Laarmans een bekrompen mannetje die een armzalig leven leidt.
Het is deze Laarmans die gezeten op zijn 'Kaasbol' gebeeldhouwd staat voor de kerk van Blauberg.
Tijdens de tweede wereldoorlog schreef hij 'Het dwaallicht'. Het verhaal speelt zich ditmaal af in de haven van Antwerpen, maar de titel en het idee van lichtjes boven het water ontleende hij aan het Blaubergse verhaal van het dwaallicht. Dit ging zo: 
De kinderen die nog niet gedoopt zijn en sterven gaan over in een dwaallicht. Ze kunnen alleen maar in de hemel geraken als ze een mens hebben ontmoet, of wanneer een mens hen wenkt.  Veel ouderen weten te vertellen dat ze het al gezien hebben in de Schrieken en op de Hulst.
Feel Hand had nogal veel pintjes gedronken in de herberg. Hij moest 's avonds laat nog naar Heultje over Blauberg. In plaats van een omweg te maken langs de grote weg roept hij in 't café: "Kom, we drinken er nog ene. Ik ga seffens wel recht door de heide en de moerassen. Dat is toch korter! Ik heb tijd genoeg." De andere gasten waarschuwen hem voor het dwaallicht maar Feel gelooft hier niks van en gaat toch langs de heide. Na een tijdje stappen in het maanlicht ziet hij plots een dwaallicht verschijnen uit het moeras. Nu is het zo dat je nooit naar een dwaallicht mag kijken of het wenken. Feel Hand doet dit toch en dan krijgt hij de schrik van zijn leven. Het dwaallicht achtervolgt hem echt! Met de daver op het lijf rent hij zo hard hij kan in één ruk van Blauberg naar het centrum van Herselt tot in Heultje. Dit is zo'n 10 kilometer. De Feel snelt hijgend zijn lemen huisje in en slaat de deur toe. En dan BANG, een enorme slag op de deur. Daarna stilte. Zijn vrouw die wakker is geschoten komt kijken en ziet de Feel verstijfd van schrik voor de deur staan. Met veel moeite krijgt ze hem in bed. Pas 's morgensvroeg durft hij te vertellen wat hij heeft meegemaakt. Heel voorzichtig doet hij dan de voordeur open en ziet een grote, vurige hand van het dwaallicht. Hij is aan de dood ontsnapt.
    voor een biografie en verwijzingen naar andere websites   vertrek je best van het Willem Elsschot Genootschap.